Je kunt het Femke Halsema niet eens meer kwalijk nemen.
Ze kan niet anders. Zó vastgeroest in haar eigen chronische drammerige gelijk dat ze blind is geworden voor de werkelijkheid.
In Alkmaar wordt Europees gevoetbald door AZ en Hapoel Beer Sheva. Lekker potje met thuis- en uitsupporters, heeft niemand problemen mee. De UEFA niet, gastheer AZ niet, de driehoek burgemeester/politie/OM niet.
Maar dan stuurt Femke als burgermoeder van Amsterdam een brief naar haar vakzuster in Alkmaar. Of ze wel helemaal lekker zijn daar. Of al die kaas de hersencellen wellicht heeft aangetast. Of het wel tot hen is doorgedrongen uit welk land dat Hapoel Beer Sheva komt. Dat daar heel veel Joden wonen en dat die een garantie zijn voor problemen.
Maar er wordt toch in Alkmaar gevoetbald en niet in Amsterdam? Ja, maar Joden zijn dol op Mokum en die gaan daar echt wel opduiken om te eten, te drinken en te slapen. Dat wordt doffe ellende. We zijn het drama na Ajax-Maccabi Tel Aviv toch nog niet vergeten? Wéér ze dus, die Joden! Hou ze tegen!
Alkmaars burgemeester Anja Schouten gehoorzaamde en dat is laf maar ook begrijpelijk, want als Femke Halsema boos is blokkeert alles, zelfs haar mond. Dan ontsnappen er louter nog woedende woorden tussen lippen die nauwelijks bewegen.
Want haar ideale groenlinkse wereld moet ten koste van alles stampvoetend heilig worden verklaard. Daarom reisde ze naar Boedapest, om te protesteren tegen de baas van Hongarije die lelijk deed tegen homo’s. Als Femke Halsema, baas van een lieve lieve lieve stad waar je als Joodse homo’s vrolijk fluitend hand in hand over straat kunt. Mits je levensmoe bent.
Hoe ging dat ook alweer in haar groenlinkse modelstad na Ajax-Maccabi Tel Aviv? Iets met Jodenjacht, een woord dat zelfs Femke Halsema met frisse tegenzin uit haar zuinige mondje perste, voordat ze weer terug kroop in haar politieke droomwereld. Het was bij nader inzien allemaal de schuld van de bazen van Israël, zei ze met droge ogen in een documentaire over de Schande van Amsterdam, weer veilig in haar groenlinkse bubbel.
Buiten die bubbel ligt de echte wereld, geregeerd door de harde realiteit. Een wereld vol antisemitisme en homohaat. De burgemeester van Amsterdam schijt bagger als veertig kilometer verderop Joden een voetbalwedstrijd gaan spelen, omdat zij als baas van het gezag in haar lieve stad geen flauw idee heeft hoe je een Jodenjacht moet voorkomen of bestrijden. Dus dringt ze aan op ‘passende maatregelen’: Joden niet welkom. Potentiële slachtoffers straffen, met als dooddoener dat je de veiligheid waarborgt, zwevend in de bubbel van je eigen chronische drammerige gelijk. Om gek van te worden.
Door m’n hoofd galmt het prachtlied van cabaretier Hans Teeuwen.
Blijf met je poten van de Joden af.
Kom je aan hen, kom je aan mij.
Ook al hoor ik er zelf niet bij.
Blijf met je poten van de Joden af.
Want de Joden, dat zijn wij.