Het is dat niemand minder dan de grote Peter Heerschop er – maandagmorgen op Radio 538 – mee kwam, anders had ik ’t niet geloofd.
Heb je een weekje hoog in Tirol gezeten – gelieve daarvoor in te vullen: heeft je dochter je vijf dagen lang het snot voor de ogen geskied – en ben je dientengevolge tamelijk uitgepierd in het vaderland teruggekeerd, is zo’n beetje het eerste dat je hoort – nota bene van de heer Heerschop:
Profvoetballers huren tegenwoordig hun eigen fotograaf in. Voor eigen beelden op Instagram en TikTok.
Voorheen had Barcelona tiki-taka-voetbal, nu hebben ze in het wereldje allemaal TikkiTokki-egotrips.
De grootste aller tijden Johan Cruijff hád z’n eigen merk. Voetbalschoenen. Spelers die de veters van zijn Cruijff-kicksen niet eens zouden mogen vastmaken zíjn nu hun eigen merk. Het merk Ik.
Dat types als Noa Lang en Memphis Depay een eigen fotograaf hebben, snap ik nog wel. Je bent een narcist of je bent ’t niet. Maar zelfs buitengewoon aimabele en bescheiden voetballers als Virgil van Dijk schijnen aan die flauwekul mee te doen.
De waanzin is niet te stuiten. Zaakwaarnemers laten in contracten opnemen dat de eigen fotograaf van de speler te allen tijde – dus zelfs tijdens geheime trainingen – moeten worden toegelaten op het veld. Voor eigen beelden op Tiktok van hoe voetballer Ik tijdens een oefenpartijtje de bal tussen de benen van een collega doortikt.
Hoe hij voor de wedstrijd z’n teennagels knipt en hoe hij na ’t potje nog even snel die helemaal wrede hightec headphone scoort, waarvoor de fabrikant hem ongetwijfeld vorstelijk gaat belonen.
In een grijs verleden had je in ’t voetbal de fotograaf Jan Stappenbeld, bijgenaamd Jan Stap-in-beeld. Tijdens wedstrijden ging hij bij voorkeur ter hoogte van de cornervlag zitten, want dan kwam hij in geval van hoekschoppen gegarandeerd pontificaal in beeld. Werd een voetballer door een tv-ploeg geïnterviewd, dan fotografeerde Jan zijn rug, om aldus zelf met z’n kop op de buis te komen.
Ik vond Jan nogal sneu, maar dat wil ik bij deze rechtzetten. Stap-in-beeld was niet sneu, maar z’n tijd ver vooruit. Een ziener, hogepriester in de leer van het Egoïsme.
Als rond elf uur deze onvolprezen show NH Radio Sportcafé wordt onderbroken voor reclame en nieuws dirigeert een fotograaf ons steevast naar een stoep om ons aldaar te vereeuwigen met zijn fototoestel. Hij is niet eens fotograaf, maar producer van dit programma. En dat toestel is een onnozel mobieltje. Het treurige resultaat is de groepsfoto van het wekelijkse uitstapje van bejaardencentrum De Laatste Snik.
Zo fossiel, zo achterhaald.
Ik wil m’n eigen fotograaf, die vastlegt hoe ik voor de uitzending een gebakje eet en hoe ik nog snel even sta te plassen. Maar voetballen en radiomaken doe je toch als téam? Tuurlijk niet. In 2026 gaat ’t nog maar om één ding: Ikke, ikke, ikke.