INTER MOENGOTAPOE

Mijn hart is als Korea. Er loopt een bittere scheidingslijn tussen Noord en Zuid. Het bovenste deel klopt op het ritme van een exotische polonaise voor Curaçao, het onderste deel bloedt voor Suriname.

‘Dickie!’, jubelt Noord. Een man van ver in de zeventig die ‘Dickie’ wordt genoemd is het toppunt van vertedering en adoratie. Er zijn Peter Bos-discipelen en Peter Bos-haters, maar niemand heeft een hekel aan Dick Advocaat – bondscoach van Curaçao dat mee mag doen aan het wereldkampioenschap voetbal – zoals niemand een hekel heeft aan Stanley Menzo, bondscoach van Suriname, dat vooralsnog níet mee mag doen aan het wereldkampioenschap voetbal. Fijn mens, Menzo. Knap dat hij dat heerlijke landje op de drempel van het WK heeft getild, maar de wedstrijd van de waarheid verliezen van het al uitgeschakelde Guatemala is niet best.

Had nou toch maar naar hém geluisterd fluistert een duivels stemmetje in mijn zuidelijke hartkamer. Naar hém? Ja, naar Ronnie Brunswijk.

Ronnie Brunswijk, de voormalige rebellenleider, de door een Nederlandse rechter veroordeelde drugscrimineel en bankrover, in het verleden tevens voorzitter, doelman, technisch directeur, spits en als het moest ook nog scheidsrechter van Inter Moengotapoe, zeg maar het FC Twente van Suriname.

Voor het vorige WK in Amerika reisde ik naar de tropen voor een reportage over de Surinaamse roots van Oranje. Aangrijpend verhaal met de vader van Ruud Gullit en de oom van Aaron Winter, die hun stinkende best deden om ’t voetbal daar beter te maken, maar botsten met bobo’s die het geld niet in de sport staken, maar ’t liever zelf opmaakten.

In een door Lesley Hellings – toen trainer van het Amsterdamse Türkyemspor  – geregelde en met tantes, ooms, neven, nichten, opa’s en oma’s gevulde bus reden we door de bush naar Brunswijk. De familie ging door voor een picnic met pittige halve kippen aan de Marowijnerivier, de fotograaf en ik werden afgezet bij een villa met een tuin vol surrealisme. Er stond een immense speedboat die uitstekend geschikt leek voor drugstransporten en aan de waslijn hing het commandopak van Brunswijk, die ons – geëscorteerd door geblindeerde limo’s – in een jeep naar het stadion van Inter bracht.

We stopten midden in de bush. Brunswijk baande zich een weg door bosjes en takken naar een hek met een gat erin. Hij kroop erdoor, wij volgden en kwamen ter hoogte van de cornervlag het stadionnetje binnen. Er stond een tribune van steen en achter één van de doelen een scheefgezakte keet met golfplaten.

Daar sprak Brunswijk de memorabele woorden: ‘Als ze mij bondscoach maken, gaan we ons plaatsen voor het WK.’

Hij werd vice-president van het land. Maar niet bondscoach.

Godlof is niet niet hem geluisterd overstemt een heldere stem het duivelse stemmetje in m’n zuidelijke hartkamer. Dat aardige, vrolijke maar ook naïeve volk van Suriname gun je geen megalomane verrotte voetballeiders. Wel alsnog een plekje op het WK.

 

 

Scroll naar boven