Zo makkelijk, dat gezeik over skiër Lindsey Vonn.
Ingescheurde kruisband, meniscus ook niet helemaal lekker, met 130 kilometer per uur van een olympische piste razen, achter een poortje blijven haken en met een gebroken been als een mummie onder een klapwiekende traumahelikopter worden gehangen… Belachelijk, krankzinnig, onverantwoord.
Diezelfde zeikerds hadden dezelfde Amerikaanse overladen met superlatieven als ze overeind was gebleven en goud had gewonnen. Mythisch. Legendarisch. Heroïsch.
Vonn was op de Spelen de omgekeerde Jutta.
Mythisch, legendarisch en heroïsch, die juffrouw Leerdam, omdat ze onder grote druk een paar hele snelle rondjes schaatste. Waren de rondjes iets minder snel geweest, dan was ze neergesabeld als het eigenwijze verwende liefje van een bebaarde bokser, die absurd veel geld verdiende op Youtube en sindsdien uit verveling voornamelijk gekke dingen doet en nog gekkere dingen roept. Dan was Jutta gekruisigd, omdat ze niet met Bert Maalderink wilde praten. Want zo rolt opportunisme in de sport.
Het enige dat mij aan Lindsey Vonn intrigeerde was een getal. 41. Haar leeftijd. De afdaling – het mooiste onderdeel op de Spelen – werd bij de vrouwen gewonnen door een dertiger. Winnares op de Super-G: 35 jaar. Het goud op de parallelreuzeslalom snowboarden bij de mannen ging naar een wonderlijk schepsel dat zich uitkleedde, met twee vuisten op z’n blote borst roffelde en als een verdwaalde Bokito in de sneeuw ging rollen. Het enige dat mij aan hem intrigeerde was een getal. 40. Zijn leeftijd.
Nee, ik doe niet aan leeftijdsdiscriminatie, maar vroeg me gewoon af: waar was de jeugd van tegenwoordig?
Die gleed een stukje verder in de Dolemieten op ski’s over een trapleuning. Een trap-leu-ning! Geen trap te zien op besneeuwde berghellingen – louter liften, skiliften – maar wel een trapléuning, voor een olympisch onderdeel waarvan ik de naam niet weet en ook niet wil weten.
Welke idioot bedenkt zoiets?
Het is al zo’n rariteitenkabinet, die Olympische Winterspelen. Vegend met een bezem voor een uit de kluiten gewassen damsteen over ijs rennen… Verpakt in reuzencondooms als twee lulletjes rozenwater op elkaar liggen rodelen op een sleetje… Schaatsen in een evenementenhal waar ze een laagje water hebben bevroren en waar volgende week weer mannequins een modeshow lopen… Het is topsporttechnisch nogal behelpen in dat winterwonderland en dan is ‘t toch fijn dat er skiën bestaat, de meest oorspronkelijke sport in de kou.
Deden jagers 4.500 jaar geleden al, skiën. En later ook boeren. Functioneel. Boer Herman uit Serfaus in Tirol die na klusjes op de Alm haastig op latten naar het dorp gleed om daar Helga – de dochter van de uitbater van gasthof Bergblick – te bezwangeren. Dan dient zo’n bezigheid een dóel. Zo snel mogelijk naar beneden, waar de beloning wacht in Helga’s bed.
Maar nee, de moderne homo sapiens moet zo nodig olympisch skiën over een trapleuning en een stukje lager ook nog uitsloverig koppeltje duikelen. Binnenkort ongetwijfeld nog meer eigentijdse aanstellerij in de sneeuw.
Een dubbele flikflak op een wasrek van Brabantia. Goud man!